Historiek van het Aquarelinstituut van België

Historiek van het Aquarelinstituut van België

Sinds vijfendertig jaar worden in Mol jaarlijks aquarelsalons georganiseerd door een vereniging die zich in de beginjaren Kempisch Aquarelinstituut noemde, maar die later haar naam wijzigde in Aquarelinstituut van België. De eerste samenkomst van deze groep enthousiaste schilders situeren we in 1976. In dat jaar stelt Gaston Craps zijn aquarellen tentoon in de zaal ‘Oude Post’ in Mol.

In 1977 volgt Piet Van Leuven met zijn werken. In enkele lijnen en een subtiel spel van kleurvervloeiing creëert hij het typische beeld van de Antwerpse Kempen.
Het succes van deze twee tentoonstellingen werkt als een katalysator voor de schilders-aquarellisten uit de streek die elkaar beter leren kennen. Het eerherstel van de aquarel was begonnen.

Naar aanleiding van deze tentoonstellingen komen zeven aquarellisten uit de omgeving samen om een groepstentoonstelling voor te bereiden. Het zijn Jean Challe, Swa Claes, Gaston Craps, Marc Devos, Ann Dudley, René Masquelier en Piet Van Leuven. Hun project wordt gesteund door verschillende culturele instanties die de organisatie op zich nemen. Dit wordt het begin van het ‘Kempisch Aquarelsalon’ in 1978. Een vijftigtal aquarellen worden getoond, overwegend landschappen. Sindsdien, gesteund door het succes en het enthousiasme van de initiatiefnemers maar ook door de sympathie van de culturele instanties, is Mol een actief aquarelcentrum geworden met als jaarlijks orgelpunt het Aquarelsalon.
Door de toenemende nood aan ontplooiing werd het vijfde Salon uitgebreid tot een Aquarelfestival – het eerste in zijn soort – met zes gelijktijdige tentoonstellingen, respectievelijk in de Oude Post, Studio 14 , Klim-op, in de salons van J. Vandervoort en in het Jakob Smitsmuseum, waar het vijfde Salon plaats vond.

Dertig aquarellisten nemen deel aan dit evenement, onder wie Willy Vandersteen, tekenaar van de stripverhalen ‘Suske en Wiske’. Bezoekers uit België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland reageren enthousiast. Dit succes heeft de initiatiefnemers ertoe aangemoedigd om de vier of vijf jaar een gelijkaardig evenement op te zetten. Dus volgden Mol-1987, Mol-1993, Mol-1998, Antwerpen-2001 en Antwerpen-2005, alle onder de noemer “Internationaal Aquarelfestival” met een groeiende aanwezigheid van kunstenaars en internationale groeperingen. Uit het grote succes van deze tentoonstellingen bleek dat er behoefte bestond aan een meer gestructureerde organisatie.

In het spoor van het eerste Festival ontstaat de “Kempische Aquarelvereniging” met als stichtende leden Swa Claes (secretaris), Gaston Craps (voorzitter), Rik Hoydonckx, Léon Leenders(Mol), Bert Nuyts (schatbewaarder), Xavier Swolfs, Frans Van Gompel en Piet Van Leuven.

De doelstelling van deze vereniging waren: de aquareltechniek stimuleren voornamelijk door het organiseren van workshops, bezoeken van tentoonstellingen en musea in België en het buitenland, de aquarel bekend maken bij een breed publiek en last but not least de aquarel erkennen als volwaardig picturaal medium.
Op korte tijd groeit  het ledenaantal van 20 naar 200 en de vereniging verwierf een aanzienlijk renommee in België en Nederland.

In 1984 werden de eerste workshops georganiseerd. De ochtendnevel en de herfstkleuren van het natuurreservaat ‘de Maat’ in het noorden van Mol boden een ideale locatie om een eerste openlucht-workshop in te richten. De zes aanwezige pioniers hebben hun stempel gedrukt op een activiteit die intussen een stevige traditie geworden is. Op deze workshops zijn er geen leerlingen, noch meesters. Het gaat om het kunnen, met vallen en opstaan, van ieder die er deel van uitmaakt, zodat ieder zonder beïnvloeding van een leraar op eigen tempo vorderingen kan maken.

Van dan af worden jaarlijks naargelang van de omstandigheden vier workshops ingericht met telkens 60 tot 90 deelnemers. Weldra laat zich de nood aan een structuur voelen zodat in 1988 een workshopcomité wordt opgericht onder leiding van opeenvolgend Marc Taets, Liliane Vandenberk en Joost Richaerts.

Door het groeiend aantal leden en de toenemende activiteiten ontstaat de behoefte aan een  meer systematische wederzijdse communicatie tussen de comités en de leden. Hieruit groeit het driemaandelijks blad ‘Aquarelinfo’, waarvan in december 1985 het proefnummer verschijnt. In het begin telt het blad acht bladzijden, omslag inbegrepen. Het is gemaakt van gefotokopieerde collages en met de hand geschreven teksten. Dit tijdschrift komt echter vlug op kruissnelheid. Tegenwoordig telt het zestig bladzijden met niet alleen informatie en teksten maar ook met kleurenillustraties. Het wordt samengesteld door een redactieraad onder de leiding van Bruni Mortier en het wordt professioneel gedrukt en verspreid onder de betalende leden.

Gezien de uitgebreidheid van de activiteiten, de mogelijke risico’s en kosten , kon de Kempische Aquarelvereniging niet verder zonder een juridisch statuut. Dat wordt opgesteld volgens de reglementen en de naam van de vereniging wordt aangepast. In 1989 verschijnen de statuten in het Belgisch Staatsblad en de officiële naam is dan “Kempsiche Aquarelvereniging”. De administrateurs zijn Swa Claes (voorzitter), Paul de Smet, Rik Hoydonckx, Swat Janssens, Léon Leenders (Mol), Léon Leenders (Antwerpen), Bert Nuyts (penningmeester), Xaveri Swolfs, Marcel Vanderzanden (secretaris) en Frans Van Gompel.

In 1999 wordt de Kempische Aquarelvereniging omgevormd tot het Aquarelinstituut van België. Ten gevolge van een nieuwe wet op de verenigingen worden de statuten aangepast. Het is een gelegenheid om een stand van zaken op te maken en vast te stellen dat de vereniging op een meer professionele en internationale basis werkt. Om lid te worden moet men zich kandidaat stellen en een gunstig advies krijgen op basis van de voorgelegde werken
Jaarlijks worden de werken voor de Salons geselecteerd door een professionele jury. Om beter te beantwoorden aan de externe sollicitaties en om zowel de aquarel als de vereniging meer te promoten, wordt een groepering van kernleden opgericht. Deze leden worden tot de groep toegalten op basis van een vereist aantal selecties voor de Salons. De Festivals bieden de gelegenheid niet alleen professionele aquarellisten maar ook buitenlandse verenigingen te ontmoeten zodat een netwerk van internationale relaties ontstaat.

Hoewel de Antwerpse Kempen met zijn ‘Lake District’ de bakermat van de vereniging is, zal de bekendheid verder groeien onder de naam Aquarelinstituut van België (AIB).
Na een verloop van vijfendertig jaar zijn de Aquarelsalons van Mol een stuwende kracht voor de creativiteit van de aquarellisten uit de Kempen en ver daarbuiten. Tegenwoordig heeft deze vereniging een nationale en internationale uitstraling. Dit is voor een deel te danken aan het susses van de ECWS, European Confederation of Watercolour Societies, die door AIB werd opgericht en die nu leden uit heel Europa telt.

Wie van de pioniers uit 1978 had kunnen dromen van een dergelijke evolutie? Zoals de leuze van ons land ‘eendracht maakt macht’ luidt, zo hebben wij dank zij de samenwerking en de creativiteit van velen, een mooie bladzijde aquarelgeschiedenis geschreven. De oude droom over de opwaardering van de aquarelkunst wordt hiermee gerealiseerd!